In 1923 vestigt Piet Johannes de Vet (1894-1965) zich als koperslager, loodgieter en zinkbewerker in het Oost-Brabantse Mill. Zijn vader Theodorus de Vet (1859-1943) had in Oss een gerenommeerd loodgieters- en koperslagersbedrijf.

In 1929 verwerft De Vet zijn eerste grote klant: de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, de voorloper van de huidige Nederlandse Spoorwegen. Het betreft hier werkzaamheden aan stationsgebouwen, machineloodsen en wachtposten op de lijnen Nijmegen - Venlo, Nijmegen - Den Bosch en Boxtel - Gennep. De Vet maakt het lood- en zinkwerk voor goten en dakkapellen. Hij slaat bronnen en plaatst pompen en voorziet keukens van een zinken gootsteen.

Eén van de eerste echt grote uitdagingen is de bemaling bij de bouw van een moderne rioolzuivering in Zevenaar in 1952. In ’53 volgen grote werken in de Achterhoek, waaronder enkele viaducten. Ook verzorgd De Vet in dat jaar de bemaling voor de bouw van alle hoogspanningsmasten tussen Nijmegen en Venlo.

Van belang is de kans die De Vet krijgt bij bouwwerkzaamheden aan de Amercentrale in Geertruidenberg. Ook de bouwput van het provinciehuis in ’s-Hertogenbosch is in 1972-1973 droog dankzij P.J. de Vet & zonen. Die bouwput was extra diep omdat er een grote schuilkelder voor de BB (Bescherming Bevolking) werd gebouwd. De Vet doet in de jaren zeventig ook de bemaling bij de PGEM-centrale in Nijmegen.

In de jaren zestig breidt De Vet zijn markt uit naar Duitsland. In 1963-1964 steekt zij bij de aanleg van een gasleiding in de Achterhoek voor het eerst de Nederlands - Duitse grens over. Het grotere werk begint in 1968 met de bemaling bij de aanleg van een 25 kilometer lange gasleiding in Duitsland. De Duitse markt is sindsdien sterk gegroeid. In het gebied tussen Aken, Dortmund en Nijmegen heeft De Vet vanaf die tijd talloze opdrachten uitgevoerd.

In 1978 neemt de directie een ingrijpende beslissing. Zij besluiten om de loodgieterstak, vele tientallen jaren de kernactiviteit van de onderneming, af te bouwen. Al enige tijd draait die tak met verlies en de concurrentie is erg zwaar. Bovendien besluiten enkele grote klanten om alle onderaannemers af te stoten. P.J. de Vet & zonen gaat zich vanaf nu geheel toeleggen op de bronbemaling.

De Vet weet de omzet tussen 1988 en 1992 te verdubbelen. Deze verdubbeling komt op rekening van de groei van de Duitse markt. In de eerste helft van de jaren tachtig was de omzet in Duitsland nog ongeveer even groot als in Nederland. In de jaren daarna haalt De Vet zijn omzet voor 85% uit Duitsland.

In de jaren ’90 verhuist De Vet van het centrum van Mill naar het industriegebied aan de rand van het dorp. Op deze locatie heeft De Vet de ruimte om te groeien. Het wagenpark en het materieel breiden flink uit. Grote projecten in die tijd zijn onder andere de verbouwingen van de waterzuiveringsinstallaties in Mönchengladbach, Hamm en Dorsten. In Cottbus maakt De Vet de nieuwbouw voor de Landes Zentral Bank droog. Ook legt De Vet haar eerste hevelleidingen aan; energiebesparende tijdelijke omleidingen van rioolsystemen.

In het nieuwe millennium heeft De Vet veel werk met het droogleggen van verschillende regenwaterkanalen en -bekkens voor onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast springen werken als de bouw van een nieuwe bruinkoolenergiecentrale in Datteln voor E-On en de bouw van een nieuwe vestiging van Kaufland in Bottrop, er uit.